Noord-Amerika

  

Ecotypes van de Noord-Amerikaanse westkust

In de wateren langs de westkust van Amerika, Canada en Alaska worden de orka’s verdeeld in drie ecotypes: residents, transients en offshores. Deze orka’s leven sympatrisch naast elkaar in hetzelfde habitat. Ze verschillen op meerdere punten van elkaar, zoals in uiterlijk, groepsstructuur, vocaal gedrag en voedselkeuze. Eén van die verschillen in uiterlijk is de vorm van de rugvin.

     

Rugvin Resident

Rugvin Transient

Rugvin Offshore


Residents (westkust Noord-Amerika)

Residents zijn visetende orka’s die veel in de kustwateren leven. De residents voeden zich voornamelijk met zalm die jaarlijks naar de rivieren trekt om zich voort te planten. Kenmerkend van residents is hun vocale gedrag. Deze orka’s zijn zeer vocaal en de verschillende groepen hebben allemaal hun eigen dialect. Een uiterlijk kenmerk van residents is de iets naar achter gebogen rugvin. De top is rond en kan naar achter toe iets puntig zijn. Het zadel kan egaal grijs zijn, maar vaak hebben de orka’s een open zadel (het zadel is dan gedeeltelijk zwart). Residents leven in stabiele groepen van verwante vrouwtjes met hun nakomelingen. De nakomelingen blijven bijna altijd bij hun moeder. De groepen van residents bestaan vaak uit individuen van meerdere generaties. De residents worden gesplitst in verschillende populaties, de northern residents, southern residents en twee groepen residents bij Alaska. Tussen deze groepen vindt geen interactie plaats.

 

- Northern residents

De populatie bestaat uit zo’n 290 individuen en zijn in drie groepen te verdelen die verschillende vocalisaties maken: A, G en R. De northern resident orka’s zijn ’s zomers vaak aanwezig in de Johnstone Strait. In dit gebied zijn meerdere hydrofoons onderwater geplaatst en zijn de roepjes van de orka's rechtstreeks online te beluisteren op de website orca-live. Via deze website worden soms ook live video-opnames van de orka's laten zien. In de winter trekken de northern residents richting het zuiden van Alaska. 
In de zomer is het mogelijk om de northern resident orka’s tijdens whale watch tochten te zien. De beste kans om ze te zien is tussen half juli en half september. Deze tochten vertrekken onder andere vanaf Telegraph Cove, Port McNeill en Campbell River. 

Onderzoek:

- Orcalab: www.orcalab.org/

Whale watchen:

- Mackay Whale Watching (Port McNeill): www.whaletime.com
- Stubbs (Telegraph Cove): www.stubbs-island.com
- Eagle Eye Adventure (Campbell River): www.eagleeyeadventures.com
- Overzicht aanbieders: http://britishcolumbia.com/things-to-do-and-see/whale-watching


- Southern Residents

De southern resident populatie bestaat uit zo’n 80 individuen en is daarmee ernstig bedreigd. Ze zijn te verdelen over drie groepen: J-pod, K-pod en L-pod. Deze orka’s komen met name in de zomer naar de wateren rond het zuiden van het Canadese Vancouver Island en bij het Amerikaanse San Juan Island. In de wintermaanden worden deze orka’s af en toe ook in dit gebied gezien, maar soms worden ze ook veel verder zuidelijk gezien bij Monterey Bay in Californië.
Vanaf Vancouver Island (Victoria) en San Juan Island (Friday Harbor) vertrekken erg veel whale watch boten die vaak meerdere keren per dag uitvaren. Op het San Juan Island is het zelfs mogelijk om orka’s vanaf land te zien, bij de vuurtoren in het Lime Kiln State Park.

Onderzoek:

- Center for whale research: www.whaleresearch.com 
- Cascadia Research: www.cascadiaresearch.org/kws/kwindex.htm 

Whale watchen:

- Overzicht aanbieders: http://britishcolumbia.com/things-to-do-and-see/whale-watching

 
Links: Southern resident orka met op de achtergrond de vuurtoren in het Lime Kiln State Park.

- Southern Alaska residents

In de wateren van zuidelijke Alaska tot Kodiak Island zijn meer van 700 individuen bekend aan de hand van foto-identificatie. Deze orka's voeden zich voornamelijk met Chinook zalm (Oncorhynchus tshawytscha) en Coho zalm (Oncorhynchus kisutch).

Onderzoek:

- North Gulf Oceanic Society: www.whalesalaska.org/index.html


- Western Alaska residents

Er zijn meer van 1500 residents geïdentificeerd in de wateren bij de Aleutian Islands en de Beringzee en daar komen nog steeds nieuwe dieren bij. In dit gebied is minder zalm en de orka's voeden zich waarschijnlijk met andere vissoorten zoals atka makreel (Pleurogrammus monopterygius). De orka's hebben ook geleerd om vissen van de lijnen van vissers te halen.


Transients / Bigg's orka's (westkust Noord-Amerika)

Transients (Bigg's killer whale) zijn orka’s die rondtrekken en dus niet op een vaste plek blijven. Ze trekken langs de hele westkust van Noord-Amerika. Soms zijn ze in de buurt van Vancouver Island te zien, waar ook de residents leven. In totaal zijn er ongeveer 200 tot 300 transients geïdentificeerd die langs de westkust van Noord-Amerika leven. Iets verder buiten de kust leven volgens schatting mogelijk nog zo'n 200 transient orka's, maar over deze orka's is niet veel bekend.
Transients zijn vleeseters. Ze jagen vooral op andere zeezoogdieren zoals walvissen, zeehonden, zeeleeuwen en bruinvissen. Omdat hun prooien een goed gehoor hebben, moeten de transients stil zijn om zichzelf niet te verraden. Deze orka’s zijn dus niet zo vocaal als residents. 
Transients leven meestal in kleine groepen van twee tot zeven dieren. Deze groepen zijn minder stabiel vergeleken met residents. Nakomelingen blijven niet altijd hun hele leven bij de moeder. Een typisch kenmerk van transients is de driehoekige vorm van de rugvin met een puntige top. De zadelvlek is altijd gesloten en is groter dan bij residents.

- Transients bij Vancouver Island

In de wateren bij Vancouver Island jagen ze onder andere op gewone zeehonden (Phoca vitulina richardii), Steller zeeleeuwen (Eumetopias jubatus) en Dalls bruinvissen (Phocoenoides dalli). Transients kunnen gezien worden tijdens whale watch tochten in de gebieden waar ook resident orka’s leven, zoals met tochten vanaf Vancouver Island en San Juan Island. 

Whale watchen:

- Mackay Whale Watching (Port McNeill): www.whaletime.com
- Stubbs (Telegraph Cove): www.stubbs-island.com
- Eagle Eye Adventure (Campbell River): www.eagleeyeadventures.com
- Overzicht aanbieders: http://britishcolumbia.com/things-to-do-and-see/whale-watching

Onderzoek:

- Center for whale research: www.whaleresearch.com/
- Cascadia Research: www.cascadiaresearch.org/kws/kwindex.htm 

   
Prooien van transients: gewone zeehond, grijze walvis, Dalls bruinvis & Steller zeeleeuw

- Transients bij Californië

Zuidelijker bij Californië jagen transient orka's op grijze walvissen (Eschrichtius robustus). Tijdens de migratie moeten grijze walvissen met hun jongen langs Monterey Bay. Hier moeten moeder en kalf door een geul waar ze geen dekking meer hebben van de kust. De transient orka’s weten dit en wachten ze op. De jacht gaat er hard aan toe. Eerst moeten de orka’s de moeder en babywalvis van elkaar scheiden door ertussen te gaan zwemmen. Als dit lukt gaan ze over op de volgende stap, het jong laten verdrinken. Dit doen ze door het kalf een kopstoot te geven en op het kalf te gaan liggen. Toch slagen de orka's niet altijd en moeten het soms opgeven. Als de jacht wel succesvol is eten de orka’s vaak alleen de tong, lippen en delen van de kaak van de babywalvis op.
In Californië kunnen de transient orka's soms tijdens whale watch tochten worden gezien. In dit gebied worden gemiddeld twee tot vijf keer per maand transient orka’s waargenomen. Het is niet precies te voorspellen wanneer transients te zien zijn, maar de kans lijkt groter rond april en mei als de grijze walvissen migreren.

Whale watchen:

- Monterey Bay: www.montereybaywhalewatch.com   


- Transients bij Alaska (AT1 group)

Deze groep transients is alleen in de omgeving van Prince William Sound en Kenai Fjords waargenomen. De groep bestond vroeger uit 22 individuen, maar is na een olieramp met de Exxon Valdez gedaald naar zeven tot acht individuen in 2005. Deze orka’s voeden zich voornamelijk met zeehonden. Ze zijn door onderzoekers nog nooit samen met andere transients gezien. Door het lage aantal individuen is de kans groot dat deze groep uiteindelijk zal uitsterven.

Onderzoek:

- North Gulf Oceanic Society: www.whalesalaska.org/index.html


Offshores (westkust Noord-Amerika) 

Het bestaan van offshores werd pas later ontdekt dan de residents en transients. Over de offshores is nog niet zoveel bekend, omdat ze niet vaak worden gezien. De eerste 48 dieren werden in 1990 geïdentificeerd. In 1992 werden ongeveer 70 dieren gefotografeerd. Ondertussen zijn er ongeveer 200 individuen geïdentificeerd, maar bij nieuwe waarnemingen worden vaak nieuwe dieren gezien.
Offshores lijken meer op residents dan transients. Het zadel kan zowel open als gesloten zijn. De top van de rugvin is vaak volledig rond. Offshores leven in groepen van 30 tot 60 dieren. Waarschijnlijk leven deze orka’s voornamelijk in open zee waar ze zich voeden met vis. In de magen van gestrande offshores zijn resten van zalm, donderpad en haaien gevonden. Daarnaast is geobserveerd hoe offshores heilbot aten. Een kenmerk van offshores is de slijtage van de tanden. Dit komt waarschijnlijk door de ruwe huid van de haaien die ze eten.


Oostkust Canada

In de Canadese wateren bij de Noordpool worden steeds vaker orka’s gezien. Er is bekend dat de orka’s hier op beloega’s, narwallen en Groenlandse walvissen jagen. In 2009 wisten wetenschappers op twee orka’s een satellietzender aan te brengen bij de Canadese Noordpool. Eén van deze dieren legde in een maand tijd een reis van 5400 kilometer af en naderde de eilandengroep de Azoren tot op 500 kilometer afstand. Daarna hield de zender op met signalen afgeven.
Ook iets zuidelijker langs de oostkust van Canada, bij Newfoundland en Labrador worden soms orka's gezien. Deze orka's jagen voornamelijk op dwergvinvissen. 

Onderzoek:

- Atlantic whales: www.atlanticwhales.com/orcas/index.htm


Hawaii

In de wateren van Hawaï worden orka’s niet frequent gezien. Over de orka’s die hier leven is nog veel onduidelijk. Het lijkt waarschijnlijk dat de orka’s in deze tropische wateren geïsoleerd leven van orkapopulaties in de gematigde zones. De groepsgrootte varieerde van één tot tien individuen tijdens 21 waarnemingen van orka’s tussen juli 1994 en april 2004.
Informatie over het dieet van de orka’s komt uit verschillende waarnemingen. Zo is gezien dat orka’s zich voedden met een bultrug (Megaptera novaeangliae) en octopus. Ook is gezien dat Pantropische gevlekte dolfijnen (Stenella attenuata) en witlipdolfijnen (Peponocephala electra) met hoge snelheid wegzwommen bij orka’s vandaan. Daarnaast is in de maag van een gestrande orka inktvis gevonden. Het is niet duidelijk of de orka’s die inktvis eten tot dezelfde populaties behoren als de orka’s die bultrug eten. Toch wekt de grote verscheidenheid aan prooien de suggestie dat de orka’s zich hier niet specialiseren op bijvoorbeeld alleen zeezoogdieren, zoals elders vaak wel het geval is.
Bij zeven individuen tijdens drie verschillende waarnemingen zijn zadelvlekken van de orka’s gefotografeerd. Deze leken erg op de zadelvlekken die worden gezien bij transients in de Noordoost Pacifische Oceaan. Net als bij transients waren de zadelvlekken gesloten. Wel leken ze smaller en minder duidelijk zichtbaar dan gezien wordt bij de populaties in de gematigde zones.


Bahama’s

Orka’s komen in alle oceanen en wereldzeeën voor, maar er is weinig bekend van orka’s die in tropische wateren leven, waaronder bij de Bahama’s. Een studie van Dunn & Claridge uit 2013 geeft informatie over de orka’s uit dit gebied en hun prooivoorkeur. Er is gebruik gemaakt van 34 waarnemingen van orka’s in de Bahama’s, die tussen 1913 en 2011 zijn gezien. De gemiddelde groepsgrootte bestond uit  vier tot vijf orka’s. Van in totaal 45 orka’s die werden gedocumenteerd, konden er veertien unieke orka’s worden geïdentificeerd. Acht hiervan werden over de jaren twee tot negen keer waargenomen. Een volwassen vrouwtje (Oo6) en een inmiddels volwassen mannetje (Oo4) werden voor het eerst samen gezien in 1995 en zijn gedurende zestien jaar acht keer samen waargenomen.
Voor zover bekend jagen de orka’s in de Bahama’s alleen op zeezoogdieren. Sommige nog niet eerder waargenomen prooien waren Atlantische gevlekte dolfijn (Stenella frontalis), Fraser's dolfijn (Lagenodelphis hosei), kleinste potvis (Kogia breviceps) en dwergpotvis (Kogia sima).