Algemene kenmerken

Orka’s zijn makkelijk te herkennen aan hun kleur. De bovenzijde is zwart, de onderzijde wit. Ook hebben ze opvallende ovaalvormige witte vlekken schuin achter hun ogen en een grijze vlek achter hun rugvin. Deze grijze vlek wordt het zadel genoemd. De vorm van de vlekken is niet bij elke orka precies hetzelfde en dus uniek voor elk individu. Daardoor kan het patroon worden gebruikt voor identificatie van individuen.

 

Orka’s zijn de grootste soort dolfijnen. Mannetjes zijn ongeveer 7 tot 8,5 meter lang en kunnen tot 10000 kg wegen. Vrouwtjes zijn iets kleiner, zo’n 5,5 tot 7 meter en wegen tot 7500 kg. Het langste mannetje ooit gemeten was 9,8 meter lang en het langste vrouwtje 8,5 meter. Als een orka geboren wordt is deze ongeveer 2 tot 2,5 meter lang en 180 kg zwaar. 
Orka’s bewegen zich voort door met hun staart een op- en neergaande beweging te maken. Om deze beweging te kunnen maken heeft de orka sterke spieren in zijn rug. Ze kunnen een snelheid van ruim 50 km/u bereiken. De borstvinnen zijn peddelvormig en worden gebruikt om tijdens het zwemmen te sturen. In de borstvinnen bevinden zich dezelfde botelementen als in de voorpoten van landzoogdieren. De rugvin geeft de orka extra stabiliteit in het water en bevat in tegenstelling tot de borstvinnen geen botten.


De onderkant van de staart

Een orka op snelheid

Typerend voor volwassen mannetjes orka’s is de grote rugvin. Deze kan een lengte van 1,8 meter halen. Bij vrouwtjes en jonge mannetjes is de rugvin niet groter dan één meter. Niet alleen de rugvin van een volwassen mannetjes orka is groter, maar ook de borstvinnen en staart. Pas als een mannetje tussen de 10 en 15 jaar geslachtsrijp wordt beginnen de vinnen groter te groeien.
Het geslacht van orka’s kan ook op een andere manier bepaald worden. Op de buik bevinden zich de genitale en anale opening. Bij vrouwtjes liggen deze twee dichter bij elkaar dan bij mannetjes. Ook zijn bij de vrouwtjes aan weerszijde van de genitale opening duidelijk twee kleine spleetjes zichtbaar, de tepels. Bij mannetjes is de witte vlek waarin de genitale en anale opening zich bevinden vaak meer langwerpig van vorm dan bij vrouwtjes.


Mannetje

De grote rugvin is van een mannetje en de kleine rugvin is van een vrouwtje of onvolwassen mannetje


Vrouwtje

Orka’s hebben een gestroomlijnde bouw, zodat ze onderwater soepel en snel kunnen bewegen. De huid is glad en heeft geen haren, op enkele snorharen na die kort na de geboorte uitvallen. Omdat orka’s meestal in koud water leven hebben ze een dikke vetlaag onder hun huid om geen lichaamswarmte te verliezen. De huid voelt aan als rubber.
Orka’s halen adem met longen. Dat betekent dat ze steeds bovenwater adem moeten halen. Ze kunnen echter niet ademen door hun mond zoals wij dat kunnen. Ook kunnen orka’s niet ruiken. Hun neus is verplaatst naar de bovenkant van de kop. Dit is het blaasgat geworden en hierdoor kunnen orka’s adem halen. Onderwater is dit blaasgat door sterke spieren gesloten, zodat er geen water in de longen kan komen. Tijdens het ademhalen is vaak een 'wolk' te zien van waterdamp. Orka's kunnen tot 17 minuten onderwater blijven en daarbij tot enkele honderden meters diep duiken.
Doordat orka's naar de oppervlakte moeten komen om adem te halen, kunnen ze niet slapen zoals mensen dat doen. Dan zouden ze namelijk verdrinken. Om toch te rusten slapen ze met één hersenhelft tegelijk. De andere hersenhelft blijft wakker en zorgt ervoor dat de orka toch naar de oppervlakte zwemt om adem te halen.


Het blaasgat zit bovenop de kop

Ademhalen

Orka’s zijn tandwalvissen en hebben dus tanden. Dit zijn er ongeveer 22 per kaak, maar kan variëren van 20 tot 28 tanden. In totaal zijn het dus 40 tot 56 tanden. Een tand is ongeveer 7,5 centimeter lang, maar kan ook enkele centimeters langer worden. Een orka heeft geen kiezen. Hij gebruikt zijn tanden om een prooi vast te grijpen en te verscheuren, maar niet om te kauwen.


De mond met tanden (voorkant)

De mond met tanden (zijkant)

De ogen van orka’s vallen niet erg op. Ze zitten schuin voor/onder de wit ovale vlekken op de kop. De ogen worden beschermd door een slijmlaagje. Een orka kan goed zien, maar in troebel water of in het donker heeft hij hier niet veel aan. Toch kan hij met behulp van een ander zintuig 'zien', namelijk via echolocatie. De orka maakt dan klikkende geluiden. Die geluiden gaan door het water en botsen tegen bijvoorbeeld een vis. Hierdoor wordt er een echo gevormd die terug naar de orka gaat. De orka kan deze echo via de onderkaak opvangen. Als een voorwerp dichtbij is, zal de orka snel de echo terug opvangen. Als het langer duurt voordat de echo terug is, dan is het voorwerp verder weg. Op deze manier kan de orka bij slecht zicht toch goed bepalen wat er zich rondom hem bevindt. Voor communicatie maken orka’s andere geluiden die ook wel 'whistles' en 'calls' worden genoemd. Het gehoor van een orka is erg goed, van 500 Hz tot meer dan 100 kHz. Hierdoor kunnen ze hoge tonen die voor mensen niet te horen zijn wel horen. Het oor van een orka is lastig te zien, het is een klein gaatje achter het oog.


Het kleine witte puntje is het oor

Bovenwater is het slijmlaagje te zien dat het oog beschermt